Onze leerlingen verdienen meer dan een diploma

Onze leerlingen verdienen meer dan een diploma

Onze leerlingen verdienen meer dan een diploma


’s Ochtends, onderweg naar mijn werk doorkruis ik de hele stad. Van Oost naar Nieuw-West kom ik langzaam in de wereld van mijn leerlingen. Een wereld die ruw, hard, pijnlijk en gemeen kan zijn. Tegen mijn 12-jarigen werd gezegd: jij gaat nooit een diploma halen, dus ga maar naar het praktijkonderwijs. Het zijn voornamelijk leerlingen met enorme leerachterstanden. Problemen thuis, armoede, ontoereikend basisonderwijs en vooral een gebrek aan het geloof in eigen kunnen.

Minister Slob wil een diploma invoeren voor het praktijkonderwijs (PrO). Een eerste stap richting waardering voor onze leerlingen die dit onderwijs volgen. Ik werk nu anderhalf jaar met PrO leerlingen en het zijn de meest stoere en de meest kwetsbare leerlingen die er zijn. Een diploma verdienen zij zeker. Maar er is meer nodig.

In een maatschappij waar succes een keuze is, waar wordt gepretendeerd dat iedereen gelijke kansen heeft en mensen zich moeten invechten, zien deze leerlingen hun PrO-advies vaak als een bewijs van eigen falen, van niet goed genoeg zijn. Deze leerlingen zijn niet dom, deze leerlingen zijn te erg gaan geloven dat ze dom zijn.

En dus hebben wij als school een missie: de leerlingen het geloof in zichzelf teruggeven. Pas dan komen ze weer aan leren toe. Voor de vakantie hadden we de reflectiegesprekken. Een moment om als mentor samen met de leerlingen stil te staan bij waar ze staan. Als voorbereiding vullen alle leerlingen een vragenlijst in. De antwoorden waren ontroerend en maakte mij trots. Op de vraag “Wat heb je de afgelopen maanden geleerd?” kwamen prachtige antwoorden: “Dat ik heel slim ben,” zei er eentje. Een antwoord wat mij ontroerde. Eindelijk, hij heeft het door. Hij mag er zijn. Mijn leerlingen zijn samen op missie. Toen er geruchten waren dat sommige leerlingen naar een andere klas moesten, stond de rest op: “Wij zijn een team juf, ons haal je niet uit elkaar. Wij blijven elkaar helpen om er te komen.”

Tijdens de gesprekken kwamen ook de cijfers van de leerlingen aan bod. Zevens. Achten. Negens. Ik vroeg aan de leerlingen wat ze dachten dat hun ouders van hun cijfers zouden vinden. Op de gezichten kwamen grote glimlachen. “Mijn moeder gaat zo trots zijn juf!” “Mijn vader gaat eindelijk geloven dat ik wel iets kan.” “Mijn oom had gelijk, toen ik kleiner was zei hij: jouw hersenen gaan later nog wel groeien. Dat is gebeurd juf. Nu ben ik slim.” Prachtig.

Pijnlijk, maar ook niet uitzonderlijk was deze opmerking: “Mijn ouders gaan nooit geloven dat ik dit ben. Elk rapport van mij op de basisschool was slecht.” Een zin die ik al zo vaak heb gehoord. Kinderen worden al heel jong afgerekend op hun taal- en rekenniveau. Is dat te laag, dan heb je in groep 4 al een ‘slecht rapport’, met E’tjes van de cito. Wie denkt dat een kind dan vast harder zijn best gaat doen, heeft het mis. De meeste kinderen gaan stil staan. Doordrongen van het besef dat ze niet leren kunnen.

En daar zit het probleem. We zijn als samenleving te erg gaan geloven in rekenen en taal. Te erg gaan geloven in een kennismaatschappij waarin iedereen daarin moet uitblinken, anders wordt het niks. Onze indeling van lager naar hoger onderwijs is puur op rekenen en taal gebaseerd. En waar dit verschil in het verleden voornamelijk aan klasse werd afgeschreven, wordt het meer en meer gezien als iets wat een leerling zelf wel of niet bereikt.

Ook als PrO’ers officieel een diploma krijgen, liggen de kansen niet voor het oprapen. Ik hoop vooral dat ze gelukkig worden en trots zijn op hun eigen talenten en kwaliteiten. Maar daar is een andere samenleving voor nodig. Geen samenleving die bestaat uit de succesvolle en de falende, maar een samenleving die net als mijn klas een team wil zijn. Die niemand laat afvallen. Die elkaar blijft helpen om er te komen. Er is een samenleving nodig die zegt: jij hebt misschien wat pech gehad in je leven, maar je mag er zijn.

Foto gemaakt door Cees Glastra van Loon. Leerlingen die op de foto staan komen niet voor in het verhaal.  

Gesprek als antwoord op aanslagen

Gesprek als antwoord op aanslagen

Leve de Pride, maar laten we elke dag het gesprek aangaan, mij beviel het heel goed

Leve de Pride, maar laten we elke dag het gesprek aangaan, mij beviel het heel goed